Als we iets over Woerden willen vertellen of laten zien, kom je heel vaak met het verhaal, hoe was het vroeger, hoe zag het er uit en wat zagen de mensen van toen.
Vandaar dat ik eigenlijk zo maar ergens in Woerden wil beginnen met een foto en daar wat over wil vertellen.
De eerste foto links laat ons de Leidsepoort zien.
De naam was eigenlijk niet zo moeilijk gekozen de poort stond aan de westkant dus aan de Leidse kant.
Over deze poort is wel het één en ander te vertellen, zoals op de foto te zien was het een mooie gedecoreerde poort met mooie afbeeldingen.
Op oude plattegronden was duidelijk te zien dat de poort moeilijk bereikbaar was.
Om de poort te passeren, moest je poortgeld betalen.
De poort werd s’avonds gesloten en in de ochtend weer geopend.
Was je te laat dan kon je overnachten in herberg “de Roos” aan wat nu de Leidse straatweg is.
Boven de poort woonde de poortwachter.
Deze poortwachter heeft nog een rol gespeeld in de tijd dat de R.K. Kerk matig werd getolereerd.
Hij had n.l. vrij zicht op het poortje in de wal waarlangs de R.K. gelovigen naar de schuilkerk in de Groenendaal gingen.
Tevens was er ook een wat men nu een politiebureau noemt met een tweetal cellen.

 

De foto rechts is een gezicht op de Leidsepoort van uit wat nu Voorstraat wordt genoemd.
Wat opvalt is dat er toen al een uitspanning was op de plaats waar later de Dubbele Sleutel stond en nu Vögele is.
De poort is helaas gesloopt en de oorzaak was de aanleg van de Nieuwe Hollandse waterlinie.
Woerden was vestingstad af en werd van hogerhand gedwongen om de wallen te slechten en de poorten af te breken.
De grond hiervan werd gebruikt om delen van de binnengrachten te dempen, denk hierbij aan de Gedempte Binnengracht.
Delen van de poort zijn gelukkig nog zichtbaar in de gevel van het Oude Stadhuis aan het Kerkplein die hierin geplaatst werden na een renovatie.

 

Bij deze foto moest ik onwillekeurig denken aan het liedje van Heino, waarin hij zingt over de tijd, dat zijn grootmoeder als “deern” langs de Elbe wandelde en dronk uit deze rivier. Tot ver in de 19e eeuw dronken de mensen in onze gemeente water uit de Oude Rijn, weteringen en poldersloten of het opgevangen hemelwater uit de regenton- of put. Een verbetering in de kwaliteit van het drinkwater kwam toen het gemeentebestuur op verschillende plaatsen openbare waterpompen ging plaatsen. De laatste pomp die nog is overgebleven in onze gemeente staat op het Kazerneplein. Op oude foto’s staat er ook één op de hoek Voorstraat/Nieuwstraat. Door het grondwater op te pompen kwam er voor die tijd redelijk zuiver water naar boven. De pomp moest dan wel erg diep geslagen worden en dat gebeurde ook niet altijd, waardoor het water in veel gevallen nauwelijks beter was dan het slootwater in de polders. Hoewel de mensen door gewenning een zekere weerstand hadden opgebouwd was het smerige drinkwater een bron voor ernstige ziekten. Cholera, tyfus en andere ziekten, veroorzaakt door het drinken van vies water, maakten veel slachtoffers. Er kwamen echter grote veranderingen, mede door de opkomst van het industriële tijdperk. Woerden had daarom ook een watertoren nodig, die werd gebouwd op één van de ravelijnen van de stad. Dit ravelijn liep van de Oostdam tot daar waar nu de Jodenbegraafplaats is. In het begin vond nog niet iedereen het nodig om zich bij die dure nieuwe waterleiding aan te sluiten. Veel mensen bleven nog lang doortobben met pomp- regen of Rijnwater. Pas nadat de gemeente een aansluiting op de waterleiding verplicht ging stellen ging het aantal aansluitingen op de waterleiding snel groeien. In het buitengebied ging het een stuk minder snel. Het aanleggen van buizen naar het buiten gebied was een kostbare zaak en de paar veehouders, voor wie het aangelegd zou moeten worden, hadden vaak al een eigen pomp. Rond 1900 verrezen er overal watertorens. Onze watertoren, gebouwd 1905-1906 door architect ing. Schotel, was één van de ca. 60 watertorens die hij heeft ontworpen. Het water werd opgepompt van grote diepte en opgevangen in een bassin en gefilterd en weer verder getransporteerd naar de watertoren waar je op zo’n 28 meter hoogte een bassin had van 75.000 liter water. Hierdoor kreeg je een zodanige druk dat het water in de buitengebieden met een redelijk straaltje uit de kraan kwam. Behalve op maandag, want dan was het wasdag. Als we naar de foto uit 1916 kijken valt rechts het pomphuis op en in het midden het z.g. ijkhuisje. Ook de bedrijfswoning waar als laatste beheerder van de watertoren de fam. Oostveen woonde. Geheel links de plaats waar het Westdampark kwam. Leuk detail op de foto is de geroeide vlet met roer waarmee stukgoed werd vervoerd.

 

Bij het zien van deze foto, moet ik denken aan een gedicht van K. Kamsteeg uit 1935.
Waar eens koetjes graasden.
Waar men’s winters schaatsen reed.
Waar met de jaarmarkt paardjes draafden.
Waar zoo vaak de Kokmeeuw gleed.
Deze laan heeft een hele historie achter de rug.
Op 5 mei 1925 werd door B. en W. besloten tot het bouwrijp maken van wat toen plan Steenkuilen werd genoemd.
Op een platte grond uit 1724 werd deze plek de “Steen Kuijl” genoemd.
Het was eigenlijk de eerste grootschalige uitbreiding van Woerden.
1 van de eerste aannemers die ging bouwen was de fa. Verbeek.
Deze firma bouwde de eerste 8 woningen.
In dezelfde tijd werd er grond vrijgemaakt voor de avondnijverheidsschool de latere L.T.S.
Op 19 juni 1926 werd de Prinsenlaan officieel nog de Steenkuilen genoemd.
Voor de dwarsstraten naar de Rijn was het voorstel, 1e Rijnstraat en 2e Rijnstraat enz. te noemen maar het werd uiteindelijk toch Honthorststraat.
De twee straten naar de Singel werden de Willem van Naaldwijkstraat, een klein straatje, vernoemd naar een groot man voor Woerden, denk aan de stadsrechten en de burgemeester Schalijstraat de man van het gemeentehuis aan de Westdam en de “geleende bouwtekeningen hiervoor van Noordwijk”
Men was het blijkbaar zat om meer of minder bekende Woerdenaren met een straatnaam te vereren en koos voor de rest van de uitbreiding voor bloemennamen.
Op 13 april 1932 wordt de weg evenwijdig aan de Steenkuilen, de Weteringstraat genoemd.
Op 13 febr. 1937 werd op voorstel van B. en W. de naam Steenkuilen veranderd in Prinsenlaan.
De meeste huizen gingen in de verhuur en de huurprijzen lagen tussen de F4.50 en F10.00 gulden per week excl. water.
Leuk detail is dat op 26 febr. 1930 men de eerste brievenbus kreeg met 3x daags een lichting.
Eind 1938 wordt de naam Steenkuilen alleen nog maar in de volksmond genoemd.
Ook had de Prinsenlaan voortdurend last van wateroverlast.
De oorzaak was dat het een stuk polder was, die was afgegraven voor de steenindustrie.
Ook heeft er nog een steenfabriek gestaan, de Steenbakkerij en Tichelarij van de firma Hennequin & van Wijk van 1678-1897 op de plaats waar aannemingsmaatschappij “Woerden” was gevestigd.
Als we het over de “neringdoeners” gaan hebben valt op dat in de kranten in de jaren 1940-1950 veel zaken werd gedaan vanuit het gewone woonhuis.
Je kon dit vaak herkennen aan de geëmailleerde bordjes op de gevel.
Zo maar wat voorbeelden, de hr. Boon die 25 jaar werkzaam was geweest bij orgelbouwer Mart Vermeulen repareert en maakt orgels schoon.
Er werden kolen verkocht door de hr. Leeuwenhage.
Uurwerken gerepareerd door de hr. Brouwer.
Schoenen gerepareerd en verzoold door schoenmaker Zwart.
Je kon je laten knippen bij kapper van Dijk.
Eigenlijk kon je het best een winkelstraat noemen.
Van oost naar west kwam je Dievertje Oussoren tegen, boekhandel en postagentschap, zij deed dit ook vanuit de voorkamer.
Instituut “Boelkes” voor steno en boekhouden.
De VIVO kruidenier Huug Janmaat.
Sigarenzaak Hooymans.
Kruidenier de Koning voorheen G. Immerzeel.
Slagerij Emaus later Zwijnenburg.
Piet Hoogendoorn loodgieter.
Groenteboer van Es.
Maar het meest opvallende gebouw aan de Prinsenlaan was toch wel de L.T.S.
Later werd dit lingeriebedrijf nv. Gebr. De Leeuw.
Hoek 3e Honthorststraat was bakker Oskam te vinden later fietswinkel de Wit.
Er tegenover tabakszaak Stolwijk.
Voorts kruidenier Henk Pouw en er tegen over fietswinkel de Wit die later verhuisde naar de overkant, het pand van bakker Oskam.
Nu is er nog galanteriezaak “Marietta” gevestigd.
De Prinsenlaan eigenlijk de hoofdstraat van de wijk “Woerden West” met zijn inmiddels gestopte maar wel oudste wijkvereniging met dezelfde naam en zijn beroemde feesten op de laan tegen over de Beatrixfontein.
Wij kennen Petrus Josephus Hofman (1859-1941) als eigenaar van de likeurstokerij aan de Rijn. De familie Hofman had veel panden in eigendom in Woerden tussen de Havenstraat, Goudschesteeg later Romeinsteeg. Hofman gestart als banketbakker begon al spoedig met de likeurstokerij met een winkel in Amsterdam. In dezelfde tijd bouwde hij aan de Kerkstraat een dubbel pand ontworpen door de bekende architect Nicolaas Molenaar. Deze architect ontwierp en bouwde veel kerkgebouwen, waaronder de Bonaventurakerk. Als visitekaartje liet Molenaar op minstens 1 van de Heilige beelden zijn gezicht afbeelden. Dit deed hij in zijn eigen atelier waar hij ook de kerkinterieurs ontwierp. Dat P.J. Hofman ook steenfabrikant was en eigenaar van de kalkzandsteenfabriek ”de Nieuwe Industrie” weet niet iedereen. Deze fabriek, gestart in 1901 aan de Singel 69, werd aangedreven door stoommachines Tussen 1900 en 1925 werden de stenen van de fabriek gebruikt in de woningbouw. Dit kunnen we nu nog zien aan de huizen o.a. aan de Halvemaanstraat(Prinses Beatrixstraat) en Hoge Woerd. Een lang leven heeft de fabriek niet gekend. In 1923 ging hij failliet en werd verkocht aan de fa. Brak die er een lompenhandel vestigde. Tegenwoordig staat er op deze plek een appartementencomplex. Naast zijn beroep als likeurstoker en steenfabrikant kunnen we Hofman gerust een kleine reder noemen, want om de grondstoffen en producten af en aan te voeren had hij vier schepen in de vaart. Zijn schepen kregen allemaal dubbele namen, vernoemd naar familieleden. Zo had hij de “Antoinetta Maria” vernoemd naar zijn vrouw(1870-1970), de ” Antonius Johannes” naar zijn zoon (geboren 1892), de “Augusta Eliza” naar zijn dochter (geboren 1903) en de “Hendrik Fransiscus” vernoemd naar zijn laatst geboren zoon (geboren 1904). Hofman was een sociaal bewogen man. Als een van de eerste werkgevers liet hij zijn personeel verzekeren tegen ongelukken en invaliditeit. Ook was hij met drie andere steenfabrikanten , Brunt, Mijnlief en Schouten Hoogendijk verantwoordelijk, dat Woerden in 1904 aangesloten werd op het telefoonnet. De familie heeft in de villa “Welgelegen” gewoond wat nu een advocatenkantoor is aan de Oostdam.